Van dakterras naar Galápagos
Ik zit op mijn dakterras.
Het is een mooie dag vandaag.
Zonnebril op, warme trui aan.
Genieten van het licht en de warmte van de zon.
Collegeteksten voorbereiden en frisse lucht inademen.
Gevoelsmatig doet die zuurstof me goed.
Dat zal wel tussen mijn oren zitten.
Maar dat maakt niet uit.
Air for the brain.
En zon voor mijn goede zin.
Er vliegt een zwerm vogels over.
Kleine vogels die kraaiend mijn aandacht trekken.
Ik zie ze over de daken vliegen.
Met de soepelheid waarmee vogels dat kunnen.
En in een seconde ben ik terug.
Ik zie het weer helder voor me.
Grote zwarte vogels vliegen met ons mee.
Rust, gratie en ogenschijnlijke gewichtloosheid.
Wij deinen op de golven van het water.
Zij op de golven van de lucht.

Op het bovendek lig ik te genieten.
Gefascineerd door deze prachtige wezens.
En dat ik dit beleef.

Nu terug op mijn dakterras geniet ik ook.
Van de blauwe lucht, de schapenwolken en de doorbrekende zon.
Maar vooral van de vogels.
Je zal denken: het zijn maar vogels.
Maar wat zijn dat eigenlijk prachtige dieren.
Soepel en gracieus bewegen ze zich door de lucht.
Soms in grote groepen, wat overweldigend kan zijn.
Soms met z’n tweeën of drieën.
Als vliegtuigjes in een show, in perfecte formaties.
Overhellend naar links, dan weer rechts.
Met hun snavel in de wind snijdend door de lucht.
Alsof het niks is.
Ze cirkelen boven het dak van een bedrijfstoren.
En dalen om de beurt neer.
Stijgen ook weer op, lang blijven ze niet.
Voor mij zie ik een spel ontstaan.
Het spel van de vogels en het dak.
Even het dakterras verlaten om dit te schrijven.
Nu tijd om terug te gaan.
Weer met mijn neus in de boeken.
Goed toevend in de zon.
Het is een mooie dag vandaag.
Zonnebril op, warme trui aan.
Genieten van het licht en de warmte van de zon.
Collegeteksten voorbereiden en frisse lucht inademen.
Gevoelsmatig doet die zuurstof me goed.
Dat zal wel tussen mijn oren zitten.
Maar dat maakt niet uit.
Air for the brain.
En zon voor mijn goede zin.
Er vliegt een zwerm vogels over.
Kleine vogels die kraaiend mijn aandacht trekken.
Ik zie ze over de daken vliegen.
Met de soepelheid waarmee vogels dat kunnen.
En in een seconde ben ik terug.
Ik zie het weer helder voor me.
Grote zwarte vogels vliegen met ons mee.
Rust, gratie en ogenschijnlijke gewichtloosheid.
Wij deinen op de golven van het water.
Zij op de golven van de lucht.
Op het bovendek lig ik te genieten.
Gefascineerd door deze prachtige wezens.
En dat ik dit beleef.
Nu terug op mijn dakterras geniet ik ook.
Van de blauwe lucht, de schapenwolken en de doorbrekende zon.
Maar vooral van de vogels.
Je zal denken: het zijn maar vogels.
Maar wat zijn dat eigenlijk prachtige dieren.
Soepel en gracieus bewegen ze zich door de lucht.
Soms in grote groepen, wat overweldigend kan zijn.
Soms met z’n tweeën of drieën.
Als vliegtuigjes in een show, in perfecte formaties.
Overhellend naar links, dan weer rechts.
Met hun snavel in de wind snijdend door de lucht.
Alsof het niks is.
Ze cirkelen boven het dak van een bedrijfstoren.
En dalen om de beurt neer.
Stijgen ook weer op, lang blijven ze niet.
Voor mij zie ik een spel ontstaan.
Het spel van de vogels en het dak.
Even het dakterras verlaten om dit te schrijven.
Nu tijd om terug te gaan.
Weer met mijn neus in de boeken.
Goed toevend in de zon.


Reacties